Eindelijk extra geld voor crisishulp jeugdggz

2 maanden geleden

Dit is een origineel bericht van
Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

NVvP, Nederlandse ggz en MIND zijn opgelucht maar zien nog grote uitdagingen

De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, de Nederlandse ggz en MIND zijn blij met de toezeggingen van het Ministerie van VWS voor ruim 600 miljoen extra financiering om dit jaar noodhulp te bieden en wachtlijsten te bestrijden in de acute jeugd ggz. Ze hopen dat nu ook snel actie ondernomen wordt voor een oplossing voor de middellange en langere termijn.

Extra geld voor korte termijn

Vandaag maakte VWS bekend dat het Ministerie extra incidentele middelen vrij maakt voor de crisis in de jeugd ggz. De NVvP, de Nederlandse ggz en MIND hebben daar de afgelopen maanden bij het ministerie sterk op aangedrongen. De situatie in de jeugd-ggz is al sinds eind vorig jaar meer dan zorgelijk: Toen bleek uit een uitvraag van de Nederlandse ggz dat crisisdiensten overlopen: Wekelijks worden kinderen geweigerd voor een crisisplek en werken zorgprofessionals met man en macht om de toestroom van kinderen en jongeren met vaak ernstige klachten zoals eetstoornissen, suïcidale gedachten en depressie op te vangen.

In het overleg tussen de VNG en VWS is nu afgesproken dat er 50 miljoen beschikbaar komt voor de crisiscapaciteit in de jeugd-ggz, ook komt er 255 miljoen beschikbaar voor het aanpakken van wachttijden in de specialistische jeugdzorg. Het complete pakket aan voorgenomen maatregelen is hier te lezen.

De organisaties zijn blij dat de huidige noodsituatie wordt erkend die al eind vorig jaar in omvang duidelijk werd. Dat wil echter niet zeggen dat de problemen zelfs met de incidentele extra middelen snel opgelost worden. Er zal flink opgeschaald moeten worden. En voor de middellange en langere termijn is dringend structurele financiering nodig.

Arne Popma, voorzitter afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie zegt: “Het is goed dat het geld er nu komt. Want we staan al maanden voor een enorme opgave om hulp te bieden bij de toename van psychische problemen bij jongeren door covid-maatregelen én de al aanwezige problemen in de brede jeugdzorg. Het is ernstig dat de toezegging zo lang op zich heeft laten wachten, ondanks goede intenties. De vele kinderen en jongeren met zeer ernstige problematiek konden en kunnen niet wachten. Om hen te kunnen helpen is een structurele renovatie aan het hele systeem van de acute jeugdzorg nodig. “

Veronique Esman directeur van de Nederlandse ggz: “We hebben sinds eind vorig jaar aan de bel getrokken over de situatie in de jeugd-ggz. We zijn blij dat het ministerie van VWS de erkenning geeft dat de nood hoog is. Toch blijft het jammer dat we een aantal maanden hebben moeten wachten op dit signaal, maar we zullen alles in het werk stellen om de acute jeugd-ggz te versterken en dragen graag bij aan doordenken van de aanpak ten aanzien van de wachttijden. “

Ook MIND- directeur Marjan ter Avest is blij dat er eindelijk beweging komt in de ernstige situatie in de jeugd ggz: "Wij zijn een groot voorstander van investeringen in de POH ggz voor jeugd zodat kinderen, jongeren en hun ouders snel hulp ontvangen en goed worden doorverwezen naar de zorg die het beste aansluit bij hun vraag. Het is daarbij belangrijk om ook laagdrempelige vormen van inloop en zelfhulp voor en door jongeren mee te nemen in het mogelijke zorgaanbod."

Actie nodig voor middellange en lange termijn

De partijen vinden dat deze investering behulpzaam is voor de korte termijn maar de structurele problemen in de jeugdhulp niet op lost. Het is spijtig dat de structurele hervorming van de jeugdzorg vooruitgeschoven wordt naar een nieuw kabinet.

Popma vindt het mooi dat staatssecretaris Blokhuis erkent dat dit nog maar het begin is en dat een structurele verbetering van het jeugdstelsel noodzakelijk is. ‘Maar dan niet alleen om de uitgaven beheersbaar te maken, zoals Blokhuis stelt, maar eerst en vooral om te zorgen dat elk kind en elke jongere in Nederland snelle toegang krijgt tot hoogwaardige jeugdggz.’

De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, de Nederlandse ggz en MIND vinden dat deze crisis leert dat de acute jeugd ggz bovenregionaal of landelijk georganiseerd moet worden, en structureel moet worden aangepakt. Popma: “Alle cijfers wijzen erop dat jeugd-ggz nog een flinke toeloop, van naar schatting wel 50%, mag verwachten de komende één tot twee jaar. Deze ongekende opgave vraagt enorme innovatiekracht, samenwerking en creativiteit."

Voor nadere toelichting door voorzitter Kinder- en jeugdpsychiatrie, hoogleraar en psychiater Arne Popma neemt u contact op met NVvP-perswoordvoerder Paulien Boogaard op 06.24161987; voor toelichting door de Nederlandse ggz met Stefan Heijdendaal 0682348854
Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
plaats:
Utrecht
website:
https://www.nvvp.net/home

Andere persberichten van deze organisatie

Campagne – Dit is een kind, geen tolk. Tolken terug in de zorg

Minister van Ark van Medische Zorg en Sport zette zwart op wit in antwoord op vragen van radiojournalisten van Human/VPRO: “Het is onwenselijk om minderjarigen in te zetten als tolk.”.  In de praktijk gebeurt dat echter dagelijks, overal in Nederland, met ernstige psychische gevolgen voor het kind. 

Daarom lanceren de Johannes Wier Stichting voor gezondheidszorg en mensenrechten, AJN Jeugdartsen Nederland en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie op 7 april, Wereldgezondheidsdag, een postercampagne die zorgprofessionals oproept een einde te maken aan deze praktijk. Want een tolk heb je vaak hard nodig, maar een kind moet je nooit laten tolken. 

Jeugdarts Petra de Jong, bestuurslid van de JWS, wordt vaak geconfronteerd met kinderen die lijden onder die tolkenrol die ze voor hun ouders vervullen. “Een kind wil zijn ouders graag helpen, en zal dus niet snel uit zichzelf die rol weigeren. Tegelijk heeft een kind de angst dat hij de vaktaal niet begrijpt, dus tekortschiet. En hij hoort dingen die niet voor zijn oren bestemd zijn. Die omdraaiing van de verantwoordelijkheid tussen ouder en kind, die beschadigt het kind enorm. Daar groeit een kind niet zomaar overheen. En laten we ook niet vergeten dat dat kind op dat moment iets fundamenteels mist, namelijk school.”

Forugh Karimi, psychiater en voorzitter afdeling Transculturele Psychiatrie van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) stelt: “Ouders zijn er om het kind te helpen en niet andersom. We weten als psychiaters uit de praktijk hoe de persoonlijkheidsontwikkeling wordt verstoord als kinderen de rol van de ouder overnemen (parentificatie) en daardoor hun eigen emoties op de tweede plek zetten en hoe mentale problemen vele jaren kunnen doorwerken. Met de afschaffing van de tolkenvergoeding deed de overheid een extra steen in de rugzak die deze kinderen al dragen. We moeten dat niet toestaan! Laat deze kinderen opgroeien als andere kinderen. En geef ouders een professionele tolk om hun gezondheidsklachten te verwoorden en zo gelijke toegang tot zorg te hebben. Betaal het nu of later." 

Buiten deze evidente bezwaren van psychische belasting en schoolverzuim zijn er, zoals de minister ook schreef in antwoord op de Kamervragen, nog andere “voor de hand liggende redenen” om een kind niet te laten tolken. Zo heeft elke zorgverlener de wettelijke plicht goede zorg te verlenen, en is de WGBO in januari 2020 nog aangescherpt met de verplichting met patiënten te overleggen en ze uit te nodigen vragen te stellen.  Bij een taalbarrière kan een tolk hierbij onontbeerlijk zijn. Een tolk heeft een vakbekwaamheid die van geen enkele welwillende kennis of verwante verwacht kan worden, laat staan van een kind.

Minister Van Ark is er ondubbelzinnig over: Zorgverleners moeten professionele tolken inschakelen als dit “noodzakelijk is om goede zorg te kunnen verlenen” omdat anders “de kwaliteit van zorg in het geding kan komen.” . De Johannes Wier Stichting beschouwt dit standpunt van VWS van groot belang, in het licht van zijn campagne Tolken terug in de zorg alstublieft, die in 2019 van start is gegaan met een openbare oproep, gesteund door de Patiëntenfederatie Nederland, beroepsorganisaties als de KNMG, Pharos, CNV Zorg en Welzijn en door tientallen hoogleraren, psychiaters, en andere zorgverleners. Het standpunt is er, nu moet de financiering nog goed worden geregeld.  

3 maanden geleden

Aart Schene benoemd tot erelid Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

Vandaag, 23 februari, ontvangt Prof. Dr. Aart Schene het erelidmaatschap van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) uit handen van voorzitter Elnathan Prinsen. Schene krijgt deze uitzonderlijke onderscheiding omdat hij zich zijn hele carrière buitengewoon en effectief heeft ingezet voor kwaliteitsverbetering van zorg aan psychiatrische patiënten. 

De NVvP wil met dit erelidmaatschap, gesymboliseerd door een beeld, haar grote waardering tonen voor hoe Aart Schene zich onvermoeibaar en met passie wetenschappelijk, bestuurlijk en in de beroepspraktijk heeft ingezet voor kwaliteit van leven van psychiatrische patiënten en standaarden voor zorgkwaliteit waarmee psychiaters hun werk nog beter kunnen doen. Hij heeft de psychiater in zijn carrière bovendien overtuigend neergezet als organisator van goede zorg, onderwijs en onderzoek.

In de ruim dertig jaar dat hij werkzaam is als psychiater, hoogleraar en onderzoeker bij het AMC, Universiteit van Amsterdam en Radboudumc, Radboud Universiteit in Nijmegen verwierf Aart Schene bekendheid in binnen- en buitenland voor zijn initiatieven voor kwaliteitsverbetering van zorg aan psychiatrische patiënten. Hij zette zich ruim twintig jaar buitengewoon actief in als lid en voorzitter van diverse commissies van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Met zijn veelzijdige, energieke aanpak heeft hij een onvergelijkbaar grote invloed gehad op professionalisering van het zorgaanbod.

Aart Schene leverde vanuit zijn vele functies beslissende bijdragen aan de ontwikkeling van zorgprogramma’s voor mensen met psychiatrische aandoeningen, in het bijzonder voor mensen met depressie. Ook hielp hij de kwaliteit van behandeling van patiënten met een psychiatrische stoornis te optimaliseren, onder meer door ambulantisering: minder en kortere opnames en begeleiding buiten de kliniek waardoor patiënten beter deel kunnen blijven nemen aan de maatschappij. Daarnaast bepleitte en organiseerde hij actief dat richtlijnen, zorgstandaarden en andere kwaliteit bevorderende producten tot stand kwamen, waardoor optimale zorg verankerd werd in de werkprocessen van psychiaters en andere medewerkers in de psychiatrie en de brede geestelijke gezondheidszorg.

Met een indrukwekkende lijst van activiteiten en functies heeft Schene grote invloed gehad op de praktijk van de psychiatrie. Na zijn promotieonderzoek naar ambulantisering ontplooide hij (inter)nationale activiteiten voor sociale psychiatrie. Hij zette als eerste in Nederland een zorgprogramma Stemmingsstoornissen op (AMC, 1994) en was als voorzitter Landelijke Stuurgroep Zorgprogrammering in de GGZ betrokken bij de landelijke opzet van zorgprogramma’s (1997-2005). Vanuit de NVvP zette hij zich, na tien jaar actief lidmaatschap van diverse commissies, nog eens zes jaar in als voorzitter van de Commissie Kwaliteitszorg en -deels gelijktijdig- zeven jaar als voorzitter van de Kwaliteitsraad AKWA GGZ. Zodoende stond hij aan de tekentafel van de unieke set kwaliteitsstandaarden voor de GGZ zoals die sinds 2018 zijn opgeleverd. Ook buiten de vereniging heeft hij in vele instanties en commissies het belang van de psychiatrie en GGZ uitstekend behartigd, mede namens de NVvP.

 

4 maanden geleden

Ook medewerkers geestelijke gezondheidszorg hebben recht op vaccinatie

In een op 21 december jl. verschenen brief van het ministerie van VWS worden psychiaters en andere zorgprofessionals in de GGZ niet genoemd in de vaccinatiestrategie van minister De Jonge. Deze groep dreigt daardoor niet met prioriteit bescherming tegen COVID 19 te krijgen. Dat is onacceptabel en moet liefst deze week nog worden rechtgezet. Dat hebben Elnathan Prinsen, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, Jacobine Geel, voorzitter van de Nederlandse ggz en Marjan ter Avest van cliëntenorganisatie MIND gisteren laten weten aan het Ministerie van VWS. Inmiddels heeft het ministerie het verzoek en de zorgen van de ggz erkend en wil men komende week serieus beoordelen op welke wijze deze groep op een goede manier onderdeel kan zijn van de vaccinatiestrategie èn de praktische uitvoering daarvan. Er zijn echter nog geen concrete toezeggingen gedaan. Die willen we deze week zien in het belang van onze kwetsbare patiënten en onze zorgmedewerkers.  

De Nederlandse ggz, de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en cliëntenorganisatie MIND hebben begrip voor de complexiteit van de keuzes die gemaakt moeten worden, maar niet voor het feit dat een hele sector met zeer kwetsbare mensen niet in de afweging is betrokken. De belangenorganisaties willen dat het Ministerie toezegt dat zorgmedewerkers in instellingen waar psychiatrisch patiënten worden behandeld aan het vaccinatieplan worden toegevoegd als groep die met voorrang ingeënt kan worden. Mensen die zijn opgenomen in GGZ-instellingen en de zorgprofessionals die daar werken, moeten evenzeer beschermd worden tegen Covid- 19.   

Het ministerie van VWS luistert wel en geeft aan dat zij het ermee eens zijn dat het GGZ-personeel ook gevaccineerd moet worden. Maar tot nu toe lukt het VWS om onduidelijke redenen maar niet om het GGZ-personeel een plek te geven in de prioritering.  

NVvP-voorzitter Prinsen: "Het is geen beargumenteerde keuze, de GGZ is gewoon vergeten. De Gezondheidsraad, VWS en het RIVM lijken zich niet of onvoldoende bewust van kwetsbare groepen die zijn opgenomen in GGZ-instellingen. Terwijl ouderen met lichamelijke èn psychische aandoeningen in psychiatrische klinieken toch een risicogroep zijn, evenals langdurig opgenomen psychiatrisch patiënten die zich vaak slecht aan de Corona voorschriften kunnen houden. Natuurlijk moeten zorgprofessionals in die klinieken ook, net zoals andere zorgmedewerkers, met voorrang gevaccineerd kunnen worden; en ook de medewerkers van de crisisdiensten, die soms bespuugd worden en vaak geen afstand kunnen houden."     

Voorzitter van de Nederlandse ggz Jacobine Geel: "We hebben van meet af aan over alles meegedacht om deze pandemie te beteugelen. En we zullen dat blijven doen, uit grote zorg voor onze cliënten en medewerkers. Maar er moet nú een antwoord komen op de vraag die we al weken stellen: Waar blijven onze cliënten en zorgverleners in de vaccinatiecampagne? Hoe blijft ons zorgpersoneel gemotiveerd voor vaccinatie als ze door VWS niet worden genoemd?"  

Onder extra druk van de Nederlandse GGZ en de NVvP heeft VWS gisteravond toegezegd te gaan kijken naar de groep ouderen met lichamelijke en psychische klachten die zijn opgenomen in psychiatrische klinieken. Waarbij, zo stelt het ministerie, het afhangt van de vaccins wat er kan. Prinsen en Geel hopen dat VWS nu de daad bij het woord voegt, en snel gaat inzien dat ook zorgmedewerkers bij langdurig opgenomen psychiatrisch patiënten en in de crisisdienst bij voorrang worden beschermd tegen het virus.   

De organisaties willen dat VWS al het zorgpersoneel van psychiatrisch patiënten in instellingen zo snel mogelijk toevoegt aan het vaccinatieplan. De drie organisaties willen hun psychiaters, zorgprofessionals, patiënten, cliënten en hun familieleden liefst voor de kerst kunnen informeren dat ook de GGZ in het vaccinatieplan is opgenomen. Dan kan ook deze groep zorgmedewerkers op zeer korte termijn opgeroepen worden zich te laten vaccineren.   

6 maanden geleden

Psychiaters en kinderartsen pleiten voor aanpassingen in jeugdhulp

Kinderpsychiaters en kinderartsen pleiten voor aanpassingen in de jeugdhulp ten bate van het kind met complexe psychische problematiek

'Snelle route naar specialistische hulp en tijdige beoordeling van psychische problematiek door gekwalificeerde professional nodig'

Naast het door de minister toegezegde extra geld voor jeugdhulp, zijn volgens de beroepsverenigingen van psychiaters (NVvP) en kinderartsen (NVK) ook inhoudelijke aanpassingen nodig om kinderen met psychische problematiek die specialistische hulp nodig hebben tijdig en goed te kunnen helpen. In een brief t.b.v. het Algemeen Kameroverleg over de jeugdhulp op donderdag 13 juni a.s. stellen de NVvP en NVK oplossingsrichtingen voor die moeten zorgen voor ‘de juiste zorg op de juiste plek mét de juiste professional’.

Kinder- en jeugdpsychiaters en kinderartsen zien zich dagelijks geconfronteerd met kwetsbare kinderen die niet de (curatieve) psychische hulp krijgen die zij zo hard nodig hebben. Kinderen komen te laat bij medisch specialisten terecht of komen op de verkeerde plek terecht. Ze krijgen niet de hulpverlener die past bij hun zware psychische problematiek mede vanwege lange wachtlijsten en onvoldoende behandelmogelijkheden.

Voor de groep kinderen die dringend hulp van specialisten nodig heeft, stellen de NVvP en NVK een snelle medisch-specialistische route voor. Daarnaast zouden gekwalificeerde professionals in een vroeg stadium betrokken moeten worden bij het signaleren en diagnosticeren van psychische problematiek. “We vragen de politiek om in het gedecentraliseerde stelsel in te bouwen dat de professional ook echt professional kan zijn en dat wordt voorkomen dat beschikbare behandeltijd opgaat aan onnodig overleg en administratie”, aldus de NVvP en NVK.

Lees hier de gezamenlijke brief:

https://www.nvvp.net/cms/showpage.aspx?id=3968

https://www.nvk.nl/Nieuws/articleType/ArticleView/articleId/2280/NVvP-en-NVK-pleiten-voor-aanpassingen-jeugdhulp

2 jaar geleden

Richtlijn levensbeëindiging op verzoek in de psychiatrie herzien

EMBARGO TOT 28 SEPTEMBER 2018 11.00 UUR

De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) brengt vandaag de richtlijn ‘Levensbeëindiging op verzoek bij patiënten met een psychische stoornis’ uit. Psychiaters worden dagelijks geconfronteerd met patiënten met een doodswens. Het omgaan daarmee vereist grote behoedzaamheid. De herziene richtlijn beschrijft dan ook een actuele, zorgvuldige en bruikbare procedure die nauwgezet wordt doorlopen bij een verzoek om levensbeëindiging van een patiënt met een psychische stoornis. In de richtlijn is meer ruimte voor het betrekken van familie en naasten in alle fasen, en ligt meer dan voorheen de nadruk op het bespreekbaar maken van het onderwerp tussen arts en patiënt. Daarnaast is de beoordeling van resterende behandelopties aangescherpt en de reikwijdte van de richtlijn naar ook andere artsen dan psychiaters verbreed.

De multidisciplinaire richtlijn bestaat uit een traject van opeenvolgende stappen die patiënt en arts samen doorlopen in het verzoek om levensbeëindiging. Het gaat daarbij om de volgende vier fasen: verzoek, beoordeling, consultatie en uitvoering.

Wanneer de patiënt met een verzoek komt, hebben artsen niet de plicht om het verzoek tot levensbeëindiging in te willigen. Noch heeft de patiënt het recht dit te eisen. Wel heeft de arts de verantwoordelijkheid om het onderwerp te bespreken met de patiënt of deze te verwijzen, bijvoorbeeld in het geval van principiële bezwaren.

Omdat een psychiatrische stoornis de oordeelsvorming van de patiënt kan beïnvloeden en de wilsbekwaamheid kan belemmeren, is het moeilijk om te bepalen of de doodswens vrijwillig en weloverwogen is. De doodswens kan van tijdelijke aard zijn, of deel uitmaken van het klachtenpatroon van het ziektebeeld.

Uit zorgvuldigheidsoverwegingen is daarom in de beoordelingsfase de second opinion door een onafhankelijk deskundig psychiater verplicht gesteld. Deze psychiater onderzoekt welke behandelopties nog mogelijk zijn en zo mogelijk de wilsbekwaamheid. Tevens wordt in deze fase onderzocht of het verzoek vrijwillig en weloverwogen is en of er sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden.

Bij de consultatiefase zal altijd een SCEN-arts worden geraadpleegd, die toetst of voldaan is aan de wettelijke zorgvuldigheidseisen. Wanneer het verzoek afkomstig is van een arts die geen psychiater is, dan moet ook in de consultatiefase een psychiater worden betrokken. Zo wordt gegarandeerd dat bij elk traject minimaal twee psychiaters zijn betrokken.

Levensbeëindiging op verzoek komt in de psychiatrie weinig voor. In 2017 bedroeg het totale aantal meldingen van euthanasie 6585, waarvan 83 op psychiatrische grondslag.

De richtlijn is opgesteld in samenwerking met het Nederlandse Huisartsen Genootschap (NHG), de artsenfederatie KNMG en het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) met ondersteuning van het Kennisinstituut Federatie Medisch Specialisten. De richtlijn is beschikbaar op 28 september om 11.00 uur op www.richtlijnendatabase.nl

 

3 jaar geleden

Ook psychiaters steunen aangifte tegen tabaksindustrie

De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) steunt de aangifte tegen de tabaksindustrie. ‘Mensen met psychische stoornissen roken relatief vaak en veel. Geschat wordt dat mensen met een psychische stoornis twee tot vier keer zo vaak roken als de algemene bevolking. Ook roken zij gemiddeld per dag meer sigaretten dan andere rokers en ze lopen daarnaast een groter risico om nicotineafhankelijk te worden’*. 

“Wij hebben een grote groep patiënten met een chronisch psychiatrisch ziektebeeld”, aldus NVvP-voorzitter Damiaan Denys. “Een groot aantal daarvan is nicotine verslaafd. Deze verslaving verkort de levensduur van onze patiënten aanzienlijk. Dan sterf je niet door een psychische ziekte, maar door een negatieve levensstijl waarin veel roken gewoon is.”

Enkele cijfers** over het rookgebruik van mensen met een psychische stoornis:

  • De meerderheid - circa 60% - van de mensen met schizofrenie in Nederland rookt. Mensen met schizofrenie hebben een 12 – 15 jaar kortere levensverwachting dan de algemene bevolking. Meer dan tweederde van de mensen met schizofrenie overlijdt aan coronaire hartziekten. Roken is hiervan een van de belangrijkste veroorzakers en daarmee een van de grote riscofactoren voor vroegtijdig overlijden.

  • Bijna de helft - 46 % - van de mensen met een depressie rookt in Nederland. Dat zijn ongeveer 1,5 maal zoveel rokers vergeleken met de algemene bevolking van 18 – 64 jaar. Mensen met een depressie leven gemiddeld 7 – 11 jaar korter dan de algemene bevolking. Geschat wordt dat de helft van deze verhoogde sterfte is toe te schrijven aan de gevolgen van roken.

Afbraak middelen

Roken kan daarnaast de werking van medicijnen beïnvloeden. In sommige gevallen is dan een hogere dosis nodig, omdat nicotine de afbraak van bepaalde middelen versnelt. Bovendien is de geruststellende werking van nicotine voor psychiatrische patiënten slechts tijdelijk, omdat steeds opnieuw een gevoel van onrust kan opkomen, die de psychische klachten weer kunnen versterken. 

Rookvrij klimaat

Niet alleen voor patiënten, maar ook voor medewerkers in de psychiatrie is een gezond werkklimaat van belang. Ook daarom steunt de NVvP deze aangifte.

*Bron: tijdschrift voor psychiatrie, jaargang 59, februari 2017

**Bron: Trimbos-Instituut, april 2014 & maart 2017

 

3 jaar geleden