Geen toestemming voor windparken bij Houten en Oss

28-07-2021 10:15 | 4 maanden geleden Binnenland

Dit is een origineel bericht van
Raad van State

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in twee afzonderlijke uitspraken van vandaag (28 juli 2021) de besluiten voor de bouw van windturbines bij Oss en Houten vernietigd. Dit betekent dat er op dit moment geen toestemming is om deze windturbines te bouwen. Hoewel het eindresultaat hetzelfde is, vernietigt de Afdeling bestuursrechtspraak de besluiten elk om een andere reden.

Windpark Goyerburg in Houten

De omgevingsvergunning voor windpark Goyerbrug in Houten is vernietigd, omdat het college van burgemeester en wethouders in de omgevingsvergunning de landelijke windturbinenormen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling heeft toegepast. Die normen mogen echter als gevolg van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 30 juni jl. niet meer worden gebruikt totdat de regering daarvoor een milieubeoordeling heeft gemaakt. Een gemeente is overigens niet verplicht om gebruik te maken van de nationale windturbinebepalingen. Zij kan ook eigen normen vaststellen voor bijvoorbeeld geluid en slagschaduw.

Windmolenpark Elzenburg – De Geer in Oss

Dat is waar de gemeenteraad van Oss voor heeft gekozen om het windmolenpark Elzenburg – De Geer mogelijk te maken. Dat betekent dat de uitspraak van 30 juni jl. geen gevolgen heeft voor dit windpark. Er is immers geen gebruik gemaakt van de landelijke windturbinenormen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. De Afdeling bestuursrechtspraak constateert echter wel dat het bestemmingsplan voor de windmolens in Oss onder meer in strijd is met provinciale windturbineregels. In de Verordening ruimte van de provincie Noord-Brabant is bepaald dat er financiële zekerheid moet zijn dat de windturbines na 25 jaar worden afgebroken. De gemeenteraad van Oss had deze voorwaarde moeten opnemen in het bestemmingsplan, maar heeft dat niet gedaan.

Gevolgen

In beide gevallen betekenen de uitspraken dat er op dit moment geen toestemming is om de windturbines te bouwen. Beide gemeenten kunnen nieuwe besluiten nemen om de windparken alsnog mogelijk te maken. De gemeente Houten kan er dan voor kiezen eigen windturbinenormen vast te stellen. De gemeente Oss zal in een eventueel nieuw besluit voor de windturbines onder meer rekening moeten met de nieuwste windparkvoorwaarden uit de Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant.

De volledige tekst van de uitspraken staan op de website van de Raad van State. Voor meer informatie over de uitspraken kun je contact opnemen met mr. Pieter-Bas Beekman, persvoorlichter bij de Raad van State, via 06 – 52 07 70 04.
Raad van State
plaats:
Den Haag
website:
https://www.raadvanstate.nl/

Andere persberichten van deze organisatie

Noord-Brabant moet plannen voor project tussen Waalwijk en Den Bosch beter motiveren

Provinciale staten van Noord-Brabant krijgen een half jaar de tijd om een aantal gebreken in de inpassingsplannen voor de Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat te herstellen. Dit staat in een zogenoemde tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (24 november 2021). Provinciale staten zullen in elk geval beter moeten kijken naar het stikstofonderzoek waarop de plannen zijn gebaseerd en naar een maatregel die bedoeld is om de stikstofuitstoot in het gebied te verminderen. Nadat de provincie hierover een nieuw besluit heeft genomen, zal de Afdeling bestuursrechtspraak een einduitspraak over de plannen doen.

Oostelijke Langstraat

De Oostelijke Langstraat is het gebied aan weerszijden van de A59 tussen Waalwijk en ’s-Hertogenbosch. De provinciale inpassingsplannen ‘Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat West’ en ‘Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat Oost’ maken het mogelijk om in dit gebied de infrastructuur aan te passen en natuur, water en recreatiemogelijkheden aan te leggen. Zo maken de plannen de aanleg van parallelwegen, twee ecologische verbindingszones en een snelfietsroute mogelijk. Met de plannen verdwijnen ook vier van de negen op- en afritten van en naar de A59. Tegen de plannen kwamen ruim twintig partijen in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

Stikstofberekening

Om de stikstofuitstoot op beschermde natuurgebieden die met de plannen gepaard gaat te berekenen, heeft de provincie gebruikgemaakt van een rekenmodel. Dit rekenmodel gaat uit van een zogenoemde afkap voor verkeer. Hierbij wordt stikstofuitstoot van verkeer dat terechtkomt op meer dan vijf kilometer afstand van de weg niet meegenomen in de berekeningen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de provincie onvoldoende heeft gemotiveerd dat met dit model volledig, precies en definitief kan worden geconcludeerd dat de plannen geen nadelige gevolgen hebben voor omliggende Natura 2000-gebieden. Europese natuurwetgeving vereist wel die mate van volledigheid en duidelijkheid. De Afdeling bestuursrechtspraak kwam eerder ook al tot dit oordeel in haar uitspraak over het tracébesluit over de ViA15.

Mitigerende maatregel

Om de schadelijke gevolgen van de plannen voor de beschermde natuurgebieden in de buurt te verminderen (‘mitigeren’) heeft de provincie een agrarisch bedrijf in Drunen opgekocht en de natuurvergunning van dat bedrijf ingetrokken. De provincie heeft de verwachte positieve effecten hiervan voor de natuur meegenomen in het stikstofonderzoek. Dit wordt ook wel extern salderen genoemd. Hoewel dat is toegestaan, zijn daar wel voorwaarden aan verbonden. De provincie heeft in dit geval onvoldoende gemotiveerd dat aan die voorwaarden is voldaan.

Te weinig informatie

Het komt erop neer dat de ‘stikstofwinst’ die is behaald met het opkopen van het agrarische bedrijf alleen voor deze plannen mag worden ingezet als er nog andere maatregelen worden genomen die ervoor kunnen zorgen dat de stikstofneerslag op het al overbelaste Natura 2000-gebied ‘Loonse en Drunense Duine & Leemkuilen’ vermindert. De provincie heeft te weinig informatie gegeven om dit vast te stellen. Op de rechtszitting is wel verwezen naar het beheerplan voor dit gebied. Maar daarin staat geen enkele concrete maatregel die is gericht op het verminderen van de stikstofneerslag voor dit natuurgebied. Zonder aanvullende motivering kan niet worden beoordeeld of de mitigerende maatregel in dit geval gebruikt mag worden voor de plannen voor de Oostelijke Langstraat, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak.

En nu?

Provinciale staten hebben nu een half jaar de tijd om de plannen voor de Oostelijke Langstraat beter te motiveren. Ook de natuurvergunning die gedeputeerde staten van Noord-Brabant heeft verleend voor het project, moet worden aangepast. Daarna zal de Afdeling bestuursrechtspraak pas een einduitspraak kunnen doen over de provinciale inpassingsplannen.

4 dagen geleden

Raad van State: klimaatdoelen uit zicht, er zijn nú extra maatregelen nodig

De klimaatdoelen die Nederland voor zichzelf heeft gesteld in de Klimaatwet zijn uit zicht. Daarom zijn er nú extra maatregelen nodig. Daar kan niet mee worden gewacht. Dat het kabinet demissionair is, ontslaat het niet van de plicht om te doen wat nu nodig is. De aard en omvang van de klimaatcrisis maken onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk. De klimaatcrisis is niet iets van de toekomst, maar is al volop aan de gang.

Beschouwing over Klimaatnota 2021

Dit is te lezen in de jaarlijkse beschouwing van de Afdeling advisering van de Raad van State over de Klimaatnota 2021 van het kabinet. Na eerdere beschouwingen uit 2019 en 2020 is dit de derde keer dat de Afdeling advisering toetst of het kabinetsbeleid voldoet aan de eisen die de Klimaatwet daaraan stelt.

Nu structurele maatregelen nodig

Uit de berekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving volgt dat de broeikasgasvermindering voor 2030 in het slechtste geval 11% ligt van het streefdoel dat Nederland voor zichzelf in de Klimaatwet heeft gesteld. Er is wel een verbetering ten opzichte van 2020, maar die is niet genoeg om de klimaatdoelen te bereiken, laat staan de veel ambitieuzere Europese klimaatdoelen voor 2030 en 2050. Er zijn dus nú extra structurele en substantiële maatregelen nodig. De aanvullende maatregelen in de recente Miljoenennota zijn niet genoeg om de klimaatdoelen te halen. Er is snel meer nodig. Ook het parlement heeft hierin een verantwoordelijkheid.

Vice-president Thom de Graaf: “De aanpak van de klimaatcrisis en de noodzakelijke energietransitie kunnen niet in de wacht worden gezet. De Klimaatwet heeft alleen betekenis als regering en parlement zich daaraan willen houden. Het is zorgelijk als dat niet gebeurt.”  

Wat zou er moeten gebeuren?

Een minister van Klimaat

Volgens de Afdeling advisering is meer nationale regie nodig om klimaatverandering tegen te gaan. Er zou een minister in het kabinet moeten komen die de verantwoordelijkheid voor het totale klimaatbeleid draagt. Daarnaast kan worden gedacht aan een nationale programmaorganisatie onder verantwoordelijkheid van deze minister die is gericht op monitoring en sturing van de uitvoering. Gemeenten, provincies en waterschappen moeten een stevige rol houden in de fase van consultatie en overleg, en uiteraard in het netwerk van de uitvoering.

Snelle en substantiële wijziging Klimaatwet

De Nederlandse Klimaatwet moet snel en substantieel gewijzigd worden en zou, als het gaat om de klimaatdoelen voor 2030 en 2050, even ambitieus moeten zijn als de Europese Klimaatwet die sinds deze zomer in Europa geldt. Daarnaast zouden in de Nederlandse Klimaatwet bijvoorbeeld doelen kunnen worden opgenomen voor hernieuwbare energie en energie-efficiëntie.

Klimaatbeleid in lijn brengen met begrotingscyclus

Verder ligt het voor de hand om de beleidscyclus in de Nederlandse Klimaatwet in lijn te brengen met de begrotingscyclus. Dat zou onder meer betekenen dat de Klimaat- en Energieverkenning van het Planbureau voor de Leefomgeving eerder dan nu zou moeten verschijnen, zodat het kabinet op tijd over de relevante informatie kan beschikken als de jaarlijkse begroting wordt opgesteld.

Klimaattaak Afdeling advisering

De Klimaatwet geldt sinds 1 september 2019. Daarin heeft de Afdeling advisering van de Raad van State een nieuwe taak gekregen: het toetsen van het klimaatbeleid van de regering. Net zoals bij haar beschouwingen over het eerdere Klimaatplan in 2019 en de Klimaatnota in 2020 maakt de Afdeling advisering gebruik van een toetsingskader. Dit jaar bevat de Klimaatnota van het kabinet voor het eerst een voortgangsrapportage. Daarin beschrijft het kabinet de voortgang ten opzichte van het Klimaatplan.

1 maand geleden

Minister moet snel besluit nemen over openbaarmaking coronadocumenten

Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport moet uiterlijk 30 november 2021 beslissen of hij alle documenten openbaar maakt die NOS en NTR hebben opgevraagd over de coronacrisis en de bestrijding ervan. Dat staat in een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (20 oktober 2021). Omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn een beslissing had genomen, zijn NOS en NTR hierover een rechtszaak begonnen.

Aangepaste werkwijze

NOS en NTR hebben in mei 2020 voor hun programma Nieuwsuur in totaal drie verzoeken gedaan op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Volgens de minister zou het bij deze verzoeken gaan om bijna 25.000 documenten. Naast deze verzoeken van NOS en NTR liggen er volgens de minister nog zo’n 240 gelijksoortige Wob-verzoeken waarbij het ministerie over naar schatting ongeveer 1,8 miljoen documenten moet beoordelen of deze openbaar worden gemaakt. De minister heeft daarom besloten de verzoeken via een andere werkwijze dan normaal af te handelen. De minister noemt dat de gefaseerde aanpak. De Wob-verzoeker ontvangt door deze aanpak verschillende deelbesluiten. Via de verschillende deelbesluiten wordt uiteindelijk volledig op een Wob-verzoek beslist. Volgens de minister wordt het anders onoverzichtelijk en slecht beheersbaar. Volgens NOS en NTR heeft de minister met deze werkwijze niet op tijd een beslissing genomen op hun drie verzoeken en staat de Wob deze werkwijze niet toe.

Deelbesluiten nemen mag

De werkwijze van de minister om in zogenoemde deelbesluiten op Wob-verzoeken te beslissen en niet in één keer volledig is naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak niet in strijd met de wet. De Wob laat een zogenoemde gefaseerde besluitvorming toe. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft begrip voor het feit dat het uitbreken van de coronapandemie ervoor heeft gezorgd dat medewerkers van het ministerie, zeker in het begin, minder of geen tijd hadden voor het afhandelen van de verzoeken. Het aantal verzoeken en documenten was zeer groot. Het is daarom begrijpelijk dat de minister deze verzoeken niet binnen de wettelijke termijn kon afhandelen en dat hij heeft gezocht naar een aangepaste werkwijze.

Zo snel mogelijk volledig besluit op de verzoeken

Maar de Afdeling bestuursrechtspraak constateert dat de minister pas na de uitspraak van de rechtbank in juni 2021, waar deze kwestie eerder speelde, voldoende de ernst is gaan inzien van de gebrekkige voortgang van de behandeling van het grote aantal Wob-verzoeken. De minister heeft hiermee ‘onvoldoende rekening gehouden met het feit dat de coronapandemie voor burgers en ondernemingen tot ingrijpende maatregelen en hevige maatschappelijke discussies heeft geleid’. De media moeten hun taak als ‘public watchdog’ goed kunnen vervullen. Daarom is het belangrijk dat de minister nu zo spoedig mogelijk beslist op alle Wob-verzoeken, ook op die van NOS en NTR.

Uiterlijk op 30 november 2021 beslissen, anders dwangsom betalen

De minister heeft dus niet op tijd een volledig besluit genomen op de verzoeken van NOS en NTR. Het is vervolgens de taak van de bestuursrechter om de minister op te dragen dat alsnog te doen én te bepalen binnen welke termijn dat moet gebeuren. De Afdeling bestuursrechtspraak bepaalt in haar uitspraak van vandaag dat de minister uiterlijk 30 november 2021 een volledig besluit moet nemen op de Wob-verzoeken van NOS en NTR. Doet de minister dat niet, dan moet hij NOS en NTR een dwangsom betalen.

Geen inhoudelijk oordeel over deelbesluiten

De minister heeft in deze procedure vier deelbesluiten genomen. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in haar uitspraak geen oordeel gegeven over de inhoud van deze deelbesluiten. Zowel de minister als de NOS en de NTR zijn nu gebaat bij een snel oordeel over de aangepaste werkwijze van de minister. Deze procedure leende zich daarom niet voor een inhoudelijk oordeel over de deelbesluiten. Bovendien, als de Afdeling bestuursrechtspraak dat wel zou hebben gedaan, zou er slechts één rechter een inhoudelijk oordeel hebben kunnen geven. Dat is niet wenselijk, ook omdat de deelbesluiten nog niet compleet zijn. Daarom moet de minister nu eerst zelf nog de deelbesluiten inhoudelijk beoordelen.

Meer informatie

Lees de volledige uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak met zaaknummer 202105166/1 op de website van de Raad van State. Zie ook de uitspraak met zaaknummer 202105303/1 die de Afdeling bestuursrechtspraak eveneens op 20 oktober 2021 openbaar maakt. Die uitspraak gaat over dezelfde kwestie, maar dan met een onderzoeksjournalist die is verbonden aan The Investigative Desk.

1 maand geleden

Ministerie hoefde niet handhavend op te treden tegen toepassen van granuliet

Het toepassen van granuliet in het gebied ‘Over de Maas’ levert geen overtreding op van de milieuregels. Daarom hoefde het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ook niet handhavend op te treden. Dat blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (13 oktober 2021).

Achtergrond

In de uiterwaarden langs de Maas tussen Alphen en Dreumel in de gemeente West Maas en Waal wordt gewerkt aan het delfstoffen- en natuurontwikkelingsproject ‘Over de Maas’. Na de winning van de delfstoffen wordt het gebied geschikt gemaakt voor duurzame hoogwaterbeveiliging, natuur en recreatie. Zo wordt de winningsplas een natuurplas. Om er een natuurplas van te maken, moet de plas minder diep worden. Voor het aanvullen en het ondieper maken van de plas is onder meer granuliet gebruikt. Granuliet is een restproduct van granietbrokken. Volgens de gemeente West Maas en Maal is granuliet schadelijk voor mens en milieu. Zij heeft het ministerie verzocht om een einde te maken aan het toepassen van granuliet. Het ministerie heeft het verzoek afgewezen, omdat volgens haar de milieuregels niet worden overtreden.

Grond of bouwstof

De gemeente West Maas en Waal vindt dat granuliet geen ‘grond’ is, maar een ‘bouwstof’. Voor de vraag of met het toepassen van granuliet de milieuregels worden overtreden, is het belangrijk of granuliet als ‘grond’ of als ‘bouwstof’ moet worden beschouwd, zoals dat in het Besluit bodembescherming staat. Volgens deze definities mag ‘grond’ wel en ‘bouwstof’ niet worden gebruikt om de plas minder diep te maken. Granuliet bestaat uit ‘organische stof in een verhouding en met een structuur die van nature in de bodem worden aangetroffen’. De Afdeling bestuursrechtspraak komt tot het oordeel, mede op basis van het onafhankelijke rapport van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak, dat granuliet als ‘grond’ moet worden aangemerkt. Het ministerie heeft dan ook het verzoek van de gemeente West Maas en Waal om handhavend op te treden tegen het toepassen van granuliet terecht afgewezen.

Nuttige toepassing

Verder is met het oog op de milieuregels nog van belang of granuliet in deze zaak ‘nuttig is toegepast’. De gemeente is van mening dat dit niet zo is. Het ministerie bestrijdt dat. Volgens het ministerie gaat het om het vervangen van primaire grondstoffen door granuliet en is de toepassing niet bedoeld om alleen maar van het granuliet af te komen. De Afdeling bestuursrechtspraak komt tot het oordeel dat het granuliet in dit geval ‘nuttig is toegepast’ zoals de milieuregels eisen. Op basis van verschillende onderzoeksrapporten die in deze procedure zijn ingediend, is er ‘geen aanleiding te oordelen dat granuliet kankerverwekkende eigenschappen bevat, zodat granuliet te kwalificeren is als een niet-gevaarlijke stof’. Het ministerie heeft zich op het standpunt mogen stellen dat het granuliet op zichzelf geen gevaarlijke eigenschappen bevat. Het is zeer onwaarschijnlijk dat met het toepassen van granuliet in de plas nadelige gevolgen voor mens en milieu zullen optreden, aldus de hoogste algemene bestuursrechter.

Geen granuliet meer toegepast

De bezwaren van de gemeente tegen het toepassen van granuliet in het gebied ‘Over de Maas’ zijn dus ongegrond. Toch zal in dit project niet langer granuliet worden gebruikt om de natuurplas minder diep te maken. De uitvoerder van het project heeft op de rechtszitting bij de Afdeling bestuursrechtspraak in juni gezegd dat hij hier geen gebruik meer zal maken van granuliet, onafhankelijk van de uitkomst van deze procedure.

2 maanden geleden

Rotterdamse burgemeester mag huurwoning in Delfshaven niet sluiten na drugsvondst

De burgemeester van Rotterdam mag een huurwoning in Delfshaven niet sluiten nadat daar drugs waren gevonden. De sluiting van de woning heeft voor de bewoners zulke onevenredige gevolgen dat de burgemeester van zijn besluit had moeten afzien. Dat staat in een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (6 oktober 2021). De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het besluit van de burgemeester om de woning te sluiten nu zelf ‘herroepen’, waarmee een definitief einde komt aan deze zaak.

Achtergrond

De burgemeester besloot in 2019 om de woning voor zes maanden te sluiten nadat in de slaapkamer van een meerderjarige zoon harddrugs, geld en spullen zijn gevonden die wijzen op drugshandel. De ouders die ook in het huis wonen, waren tegen de sluiting in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij vinden dat het besluit van de burgemeester te ver gaat en dat hij het bij een waarschuwing had moeten houden.

De burgemeester is weliswaar bevoegd om de woning te sluiten…

De burgemeester is op grond van de wet en zijn beleid bevoegd om de woning te sluiten. Bovendien was sluiting ook noodzakelijk vanwege de grote hoeveelheid harddrugs en geld die werden aangetroffen en omdat de woning in een zogenoemd veiligheidsrisicogebied ligt. Daarbij is sluiting van een woning een zichtbaar signaal naar drugscriminelen en buurtbewoners dat drugscriminaliteit niet wordt getolereerd.

…maar had vanwege de onevenredige gevolgen daar vanaf moeten zien

Toch vindt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de burgemeester van zijn besluit had moeten afzien, omdat de gevolgen daarvan voor de bewoners onevenredig groot zouden zijn. Zo hebben de ouders niets met de drugsvondst te maken en hebben zij duidelijk gemaakt dat het heel moeilijk is om voor een half jaar vervangende woonruimte te vinden op de sociale of particuliere woningmarkt. Daarbij hebben zij twee minderjarige kinderen en is de vader van het gezin ernstig ziek. Ten slotte is van belang dat de woningverhuurder heeft aangegeven dat de huurovereenkomst mogelijk ontbonden zal worden en plaatsing op de zogenoemde zwarte lijst dreigt als het sluitingsbevel van de burgemeester in stand blijft. Deze specifieke samenloop van omstandigheden hadden in samenhang bezien aanleiding voor de burgemeester moeten zijn om van zijn besluit af te zien. Een waarschuwing zou passender zijn geweest, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak.

Gevolg uitspraak

De woning is nooit gesloten geweest. De burgemeester heeft tijdens de procedure bovendien aangegeven dat hij de woning ook niet meer zal sluiten vanwege de tijd die is verstreken sinds de drugsvondst. Hoewel de feitelijke sluiting van de woning hiermee afgewend was, hingen de gevolgen van het sluitingsbevel van de burgemeester nog wel in de lucht, namelijk de mogelijke huurontbinding en plaatsing op de zwarte lijst. Doordat de Afdeling bestuursrechtspraak het besluit van de burgemeester heeft herroepen, zijn ook die gevolgen definitief van de baan.

2 maanden geleden

Geen boete voor hogeschool na val student bij circusact

De staatsecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een hogeschool voor de Kunsten ten onrechte een boete van € 27.000 opgelegd nadat een student tijdens haar opleiding bij een circusact uit de lucht viel en gewond raakte. Dat heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaald in een uitspraak van vandaag (6 oktober 2021). Volgens de staatssecretaris hield de hogeschool zich niet aan de arboregels, maar naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft de hogeschool de regels niet overtreden en mocht de staatssecretaris haar daarom geen boete opleggen.

Silkrope act

De student volgde aan de hogeschool de bacheloropleiding Circus and Performing Art. Een van de onderdelen van de opleiding is ‘rope’ waarbij de student met een aerial silk (banddoek) op hoogte een acrobatische act moet uitvoeren. Bij dit onderdeel kwam zij naast de valmat ten val waardoor ze letsel opliep.

Arboregels bij podiumkunsten

De Arbowet is bedoeld om risico’s bij het uitoefenen van je beroep te voorkomen. Naast de Arbowet gelden er binnen elke branche aanvullende arboregels om risico’s uit te sluiten. Maar de podiumkunstenbranche is bijzonder. Als (circus)artiest is het juist de bedoeling om uitvoeringen te doen die potentieel gevaarlijk zijn. Dat hoort bij het vak. Risico’s zijn niet volledig uit te sluiten, zelfs niet met de arboregels die binnen de podiumkunsten gelden. Daarom moet de staatssecretaris binnen de podiumkunsten altijd per afzonderlijk geval beoordelen of voor die situatie voldoende is gedaan om het  valgevaar zoveel mogelijk te beperken.

Onderlinge samenhang

Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak is die beoordeling van de staatssecretaris in dit concrete geval te kort door de bocht geweest. Zo heeft de staatssecretaris het gebruik van een voldoende grote valmat van doorslaggevende betekenis geacht. Maar om een overtreding van de arboregels te bewijzen, kon de staatssecretaris hiermee niet volstaan. Zo heeft hij geen acht geslagen op de werkprocedure die de hogeschool heeft gevolgd om het risico op een val zoveel mogelijk te voorkomen. De staatssecretaris had juist alle maatregelen die de hogeschool heeft genomen in onderlinge samenhang moeten beoordelen. Dat heeft de staatssecretaris niet gedaan. Ook heeft de staatssecretaris bij zijn beoordeling of er sprake is van een overtreding geen enkel onderzoek gedaan naar wat binnen de branche wat betreft de grootte van een valmat en verdere valbescherming gebruikelijk is bij silkrope acts.

Slotsom

Net als eerder de rechtbank Oost-Brabant komt ook de Afdeling bestuursrechtspraak tot het oordeel dat de hogeschool met alle maatregelen die zij heeft genomen voldoende heeft gedaan om het valgevaar zoveel mogelijk te voorkomen. De hogeschool heeft de arboregels niet overtreden en hoeft de boete van € 27.000 dan ook niet te betalen.

2 maanden geleden